Sylvère Mansis overleden

Op Erfgoeddag 2018 heeft onze voorzitter Silvère Mansis zijn strijd tegen zijn ongeneeslijke ziekte verloren.

Waarom al dat vechten, waarom al die pijn? Je wilde hier niet weg, je wilde bij ons zijn. De strijd was oneerlijk en geheel niet terecht. Je wilde nog graag verder maar verloor dit gevecht. Al hield je nog zoveel van het leven, je had het niet in eigen hand. Ongevraagd moest je het verlaten en wij staan machteloos aan de kant.

Er zijn geen woorden voor een zieke van wie je weet,  hij redt het niet. Je streelt zijn wang, je ziet zijn ogen je bent bevangen door verdriet. Toch ben je dankbaar voor z’n einde dat na zoveel moedig strijden kwam. Omdat het niet alleen zijn leven maar ook zijn lijden overnam.

Als dit het einde is en verder niets,  dan is er leegte, gemis, verdriet en tranen om wat eens was en niet meer is. Maar er is meer dan lijf en leden, veel meer want wat een mens bezielt dat is, dat was, zijn geest, zijn kracht zijn denkvermogen, alle gaven van zijn hart: zijn goedheid grenzeloos, de sterkte van zijn woord, zijn hartelijk gebaar. Dat alles leeft, leeft voort in die hem kenden,  die van hem hielden en blijven houden,  omdat zijn geest nooit, nooit vergaat.

Bij het vernemen van het harde verdict liet een VKH-lid-kunstenaar mij weten: “Silvère was een man van goud, zo  genereus als een  mens kan zijn, nederig, dienstbaar, met een oog  voor schoonheid op alle niveaus, met een gave van het verwoorden, een zegen voor al wie hem ontmoette.” 

Woorden zullen nooit in staat zijn gevoelens uit te drukken zoals ze bedoeld zijn.
Er zullen ook nooit genoeg woorden voor zijn…. Daarom is het verhaal van het kind en de bruggenbouwer voor Silvère dan ook het meest typerende:

De bruggenbouwer

“U heeft een mooi beroep”, zei het kind tegen de oude bruggenbouwer, ”maar het moet wel zwaar zijn, bruggen te bouwen”.

“Als men het geleerd heeft, is het niet lastig”, zei de bruggenbouwer. “Bruggen van beton en staal bouwen is gemakkelijk, maar andere bruggen die ik in mijn dromen bouw, die zijn veel moeilijker”. “Welke andere bruggen?” vroeg het kind. De oude bruggenbouwer keek het kind nadenkend aan. Hij wist niet of het kind het begrijpen zou.

Toen zei hij: ”Ik wil een brug bouwen van nu naar de toekomst. Ik wil een brug bouwen van de ene naar de andere mens, van het donker naar het licht, van verdriet naar vreugde. Ik wil een brug bouwen van nu naar de eeuwigheid over al het vergankelijke heen”.  Het kind had aandachtig geluisterd. Het had niet alles begrepen, maar merkte op dat de oude man verdrietig was. Om hem op te vrolijken zei het kind: “Ik geef U mijn brug!” En het kind schilderde voor de bruggenbouwer… een kleurrijke regenboog!

Die kleurrijke regenboog heeft Silvère meer dan 40 jaar ook voor VKH gekoesterd.

Onder impuls van de kunstminnaars Andy Allemeersch, Rudy Vierstraete, Luc Cailliez, Herwig Verleyen, Yvan Delaplace startte je samen met Fernand (Laforce) in 1975 Vriendenkring Kunst Houtland op.

Allen zeer gedreven met een groot hart voor kunst, eerder kleinschalig in het begin maar al snel uitgegroeid tot één groot artistiek lichaam met heel veel mogelijkheden ter verspreiding van de hedendaagse kunst waarbij vooral ook de vriendschapsbanden tussen kunstbeoefenaars en kunstliefhebbers aangesnoerd worden.Op 1 oktober 1978 werd de vereniging officieel een vzw. Er kwamen grote namen op de affiche zoals Paul Snoeck, Jan Hoet, Geert Hoste (toen nog een mimekunstenaar) en de eerste jazzconcerten gingen van start. De doelstellingen werden geformuleerd: mensen groeperen die kunst beoefenen en/of er interesse voor hebben. Kunst in de ruimste zin van het woord.

Jaarlijks werden er 10-tallen activiteiten georganiseerd en in 1981 werd voor de eerste maal de Cultuurprijs De Gouden Feniks uitgereikt en werd er gestart met een Portrettengalerij van bekende Houtlandse cultuurmensen, kunstenaars en laureaten van de Gouden Feniks. Het zouden er 40 in totaal worden en de originelen werden in 1997 aan de Provincie geschonken.

Al die jaren heeft VKH een duidelijk spoor getrokken ook over de grenzen van Vlaanderen met o.a. een culturele uitwisseling met de Gaume maar ook over de nationale grenzen met VKH Tonesetters, de organisaties van de Music Days en de uitgaven van de 25 CD’s.

Voor zover mij bekend gaf je je eerste inleiding op de tentoonstelling van de werken van Piet Van den Buys in 1977. Ze volgden elkaar snel op: Jeffrie, Jef Snauwaert, … Er zouden er 10-tallen volgen de jaren daarop. In datzelfde jaar werd ook een eerste dichtbundel gerealiseerd en uitgegeven: Krampachtige Kronkels van Toon Thomas.

In die beginjaren was je lid van de Raad van Beheer, medewerker VKH Courant, later verantwoordelijk voor de eindredactie, verslaggever tot je op de Statutaire Vergadering van 1985 werd aangesteld als voorzitter, ikzelf als ondervoorzitter en Fernand die bleef secretaris maar hij kreeg ook de verantwoordelijkheid over de financies. Samen zouden we met nog diverse bestuursleden gedurende meer dan 30 jaar reeds de “kar” trekken. Maar vanaf dan mogen we stellen dat we samen met de ruim 250 leden onze gloriejaren met VKH hebben meegemaakt. Gloriejaren die slechts mogelijk waren dankzij veel en hard werken voor de vereniging. Graag wil ik toch een poging wagen een aantal van de belangrijkste organisaties, realisaties en evenementen onder jouw leiding op te sommen. Want moeten we op een dag als vandaag niet gelukkig zijn om wat is geweest i.p.v. te wenen om wat niet meer is? Belangrijk zijn de sporen die je achter laat. Tot het laatst wilde je leven, door een sterke wil gedreven. Je geest was nog op volle kracht, maar over je lichaam had je geen macht. Groot is de leegte die je achter laat, mooi zijn de herinneringen die blijven.

Denken we maar aan:

  • De jazzconcerten in de schuur van het kasteel en de Music Days; de realisaties van 25 jazz CD’s
  • Vooral de eerste CD onder het VKH label in 1991 (waarover straks nog iets meer)
  • De weekends in de Gaume en Chiny van 1995 tot 2001
  • De diverse Pottendraaierstreffens (van 1994 toen met 2000) georganiseerd door Arto Crescendo waaraan wij met zijn allen ook onze schouders hebben ondergezet
  • De reizen naar Turkije
  • De onvergetelijke keramiekweekends naar o.a. het Westerwald, Luxemburg en La Borne
  • De manier waarop we met VKH, de Jaycees en schepen Victor Manhaeve en later burgemeester Roger Windels hemel en aarde hebben verzet om het Torhouts aardewerk de verdiende herwaardering te bezorgen en dat zou leiden tot het oprichten van het museum en hoe we dan later het kruim van de hedendaagse Belgische keramiekkunstenaars een podium zouden geven
  • Hoe we in 1999 geridderd werden in ’t Manneke uit de Mane
  • Hoe je in 1988 en 2001 tot tweemaal toe de Cultuurprijs van de Culturele raad voor VKH mocht in ontvangst nemen
  • De vele buitengewone klassieke concerten die Roger Deceuninck organiseerde en die we mochten ondersteunen en bijwonen
  • De ontelbare tentoonstellingen die we georganiseerd hebben. Om er maar enkele te noemen
    waarmee je glunderde als een fiere pauw:  

in 2003: Batik 2003 … Kunst in Beweging … Art in Motion in het MIAT in Gent
In 2006: Antonio Lampecco in het Ravenhof

In 2007: Als papier mij draagt in het CC de Brouckere met werk van kunstenaars uit België, Duitsland, Nederland, Denemarken, Japan

Vanaf 2002 de verschillende edities van de Beeldentuin

Vorige jaar nog de tentoonstelling in Groenhove van De kruisweg van Kamagurka

De vele tentoonstellingen in het KTA

Enz…

  • Hoe hebben we genoten van de diverse culinaire Oklahoma barbecues bij Daniël Goegebeur
  • En dan hebben we het nog niet gehad over de talrijke uitgaven van kunstboeken, dichtbundels, kunstmappen, de marktliederen uit de verzameling van Roger Hessel, de Buuketetjes en Ruggevintjes, De paarden van St.-Pieter
  • En de 600 gipsen paardjes die we “gefabriceerd” hebben en dan in de late nacht og vroege ochtend hebben uitgezet in het centrum tgv de paardenmarkt. Ik zie je toen nog gezwind aan een paal hangen om een exemplaar ergens op een bijna onbereikbare plaats neer te zetten

 

En er was nog zoveel meer in die meer dan ruim 40 jaar. Een bewijs dat ook jij pleitte voor een zo breed mogelijke culturele spreiding, en voor het organiseren van hoogstaande manifestaties:ook jij wilde dat VKH een trendsetter zou zijn tot ver buiten de Houtlandse grenzen.

Ook had jij aandacht voor jonge en beloftevolle kunstenaars, maar ook voor al bekende en dit op het vlak van literatuur, muziek, de grafische en beeldende kunst, de juweelkunst, het culinaire maar ook voor de jazzmuziek en samen met Fernand, Jos Demol en Emile Clemens stond jij aan de wieg van Tonesetters, de jazz-afdeling van VKH. Jazz’halo verliest met jou één van zijn pioniers en steunpilaren. Onder jouw enthousiaste leiding werd de lege schuur van het Kasteel van Wijnendale van 1990 tot midden 1997 omgetoverd tot een gezellige jazzclub waar de concerten werden georganiseerd.

Toen in 1991 de eerste CD ‘Chris Joris – Songs for Mbizo” werd geproduceerd onder het VKH-label genoot jij van de bezoeken aan Studio Impuls in Herent en van de contacten met de musici. Op die CD staat ook het nummer “November 30th” dat verwijst naar de verjaardatum van Chris Joris maar toevallig ook de verjaardag van zoon Hans. Een nummer dat jij koesterde.

Voor de de 2de CD “Gilbert Isbin – Spring Cleaning” steunde jij het initiatief om de Amerikaanse contrabassist Cameron Brom in te huren.

Toen midden 1997, onder impuls van Emile Clemens, Tonesetters omgedoopt werd tot Jazz’halo en we nationale en internationale renommée kregen, konden we altijd rekenen op jouw enthousiaste inbreng. Jij stond altijd klaar om musici te voeren naar station, hotel, … en je was ook steevast van de partij om de Jazz’halo post tijdens Jazz!Brugge te bemannen..

 

Voor de kunstenaars brak jij een lans en je steunde ze ten volle in hun artistieke vrijheid.

En als slot wil ik hier toch één van jouw vele pleidooien weergeven.

“ Dat kunst grenzen verlegt zal iedereen beamen. Dat kunstenaars, die tekenen van schoonheid en vrijheid maken in verscheidenheid, ons landschap kleur geven staat als een paal boven water.

Laat ze in hun taak van grenzen verleggen ver gaan. Dat ze daarbij af en toe choqueren maakt deel uit van het gegeven. Dat ze buiten de lijnen kleuren is hun goed recht. Laat ons geen lijnen trekken van wat mag en niet mag. Laat het experiment en het avontuur alle kans op ontwikkeling. Laat kunstenaars hun artistieke expressievrijheid. Laat de tijdsgeest van de maatschappij meespelen om te zien hoever ze kunnen gaan. Laat ons tolerant blijven voor kunst en cultuur.

Laat artistieke vrijheid een kans in deze toch al tot in het oneindige gereglementeerde en aan wetten gebonden maatschappij.

Laat kunst verder vragen oproepen …!!!

Laat ons ontvankelijk zijn voor de fantasie van kunstenaars in de huidige tijd van gechromeerde nuchterheid en rationalisme.

Het kan ons allen alleen maar verrijken…

Het is goed dat ook de overheden stilaan begrepen hebben dat kunst en cultuur een noodzakelijke plaats moeten innemen in ons dagelijks bestel. De bevolking moet regelmatig opnieuw met dit gegeven geconfronteerd worden.

Hopelijk levert Stad Torhout opnieuw of verder inspanningen om niet alleen het bestaande cultureel erfgoed te conserveren maar ook de hedendaagse kunst een kans te geven in het moderne (en straks wellicht vernieuwde) stadsbeeld.

En hopelijk worden de inspanningen geïntensifieerd zodat ook kleinere projecten in de binnenstad kunnen gerealiseerd worden.”

 

En sluiten deze woorden, deze wensen van Sylvère, niet naadloos aan bij het verhaal van de bruggenbouwer wanneer die tegen het kind met de kleurrijke regenboog zei dat de bruggen die hij  in zijn dromen bouwde veel moeilijker waren dan de bruggen die hij bouwde van beton en staal?

 

Ik wil eindigen met het volgende:

Vriend Sylvère, beetje bij beetje moest jij ons verlaten. We konden de laatste dagen niet zo goed meer met je praten. Die blik, die stilte deed ons zeer. Onze voorzitter, onze altijd enthousiaste prater van vroeger, was je niet meer. Maar nu je voor goed bent heengegaan, zeggen wij “Bedankt makker” voor alles wat je hebt gedaan. We zullen je warme vriendschap missen.

 

Fernand, Jacques, Jos, Emile en ikzelf, Marc

 

© 2018 VKH Torhout. Vriendenkring Kunst Houtland VZW

Zoek